Tiberias

Terugblik 5

(Priester Arnold blikt terug van in zijn kot tijdens de pandemie)
De lockdown voorbij

Terugblik 5: De lockdown voorbij

Was jij door die maandenlange lockdown ook bijna vergeten hoe mooi het leven kan zijn? Geef toe, wij hebben in ons kot veel moois gemist en ook de gesloten kerken hebben pijn gedaan. De kerk was wel open, maar maandenlang zonder weekendvieringen. Priesters en misgangers bleven op hun honger zitten.

Veel maatregelen zijn ons opgelegd om de Covid 19 te lijf te gaan. Het sociaal contact werd fel beperkt en niemand werd gespaard. Zoenen, knuffelen en zelfs handen schudden, het mocht allemaal niet. Van jong tot oud, van klein tot groot, van hoog tot laag, iedereen stond onder zware druk. De social distancing was haast niet langer te harden. In die maandenlange lockdown (begin november tot half juni) was er geen eredienst en geen communie, maar ook geen communio, geen gemeenschap, met het volk in de kerk.

Als ik de evangeliën ter hand neem en goed lees, zie ik dat de communio met dat samen eten voorop staat. Het tweede Vaticaans concilie is daarop ingegaan. De priester heeft zich omgekeerd en is met de altaartafel naar de mensen gekomen. Jezus als gastheer heeft de opdracht gegeven: ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’. Blijf samenkomen en Jezus noemen om Hem niet te vergeten.

Ik heb de Eucharistie ook op TV gevolgd, zonder die sacramentele communie te nutten. Ik heb me verholpen met een geestelijke communie. De kerkmensen die ook niet aanwezig waren, heb ik in de voorbede genoemd en hun intenties samen met de beden van de offerkaarsjes bij de Heer gebracht.

Wij hebben zowel de Communie gemist als de communio. Ik ga nu eerst dieper in op die communio, op de aanwezige gelovigen die dicht betrokken zijn bij wat op het altaar gebeurt. Het éénsgezind bijeenkomen en samen eten staat bij Jezus centraal; en dat is op vandaag niet anders. Dat is te lezen bij Zacheüs in de vijgenboom. Jezus zegt hem kom naar beneden ‘Vandaag moet ik in uw huis te gast zijn’ (Lc 19.5). Zacheüs laat Jezus binnen en vraagt (evenals als wij): wat ga je eten? en wat kan ik te drinken aanbieden?

Als ik het verhaal van het laatste avondmaal goed lees en herlees, gaat het eveneens om dat samen zijn aan die ene lange tafel en eten wat de Gastheer aanbiedt.

Het eerste wat Jezus vraagt aan die vrouwen die bij het lege graf staan: “ga snel aan mijn leerlingen zeggen dat ze naar Galilea moeten gaan”; daar zal Hij met hen eten. (Mt 28,7; Mc 6,7; Lc 24,6).

Bij Lucas lezen we in zijn tweede boek, de handelingen van de apostelen: ”God laat Jezus niet aan het hele volk verschijnen, alleen aan hen, die samen met Hem gegeten en gedronken hebben (Hand. 10,41)

Eerst moeten we samenkomen rond die ene tafel, maar wat op ons bord komt is ook belangrijk. In de Eucharistieviering is niet alleen de communio van belang, maar ook wat de Gastheer ons aanbiedt en dat is het hoogheilig sacrament van het hostiebrood in de Heilige Communie. Brood uit de hemel dat ons verbindt met de levende Heer Jezus. Voedsel dat sterkt om met Hem onze weg te gaan.

En ook daarvoor komen we naar de kerk. In dat (oude en vaak waardevol) stenen gebouw komen we wekelijks samen. Het boek der Openbaring noemt dit “Gods huis”. De woning van God, die neerdaalt uit de hemel om bij de mensen te zijn (Apoc. 21,3)

Petrus noemt dit huis van God, de tempel des Heren. Een (heel) groot gebouw met vele honderdduizenden stenen en steentjes, waarvan Jezus de hoeksteen is en ook de sluitsteen, die het geheel bijeenhoudt (1 Petr.2,4-5). Die stenen zijn concrete mensen en mensjes die met Christus het levende geheel uitmaken. Petrus richt zich meteen op die verre toekomst, waar ‘geen verdriet en geen rouw, geen pijn en geen dood meer zal zijn’. Het visioen van Petrus met de voltooiing van het Koninkrijk van God.

In de heilige communie ontvangen wij de levende Jezus. In dat Brood ontvangen wij zijn lichaam en zijn bloed (dogma). Hij is het hoofd en wij de ledematen. En in de communie wil Hij ons voeden en sterk maken, samen met en dankzij de heilige Geest.

Wanneer voelt een mens zich op z’n best? Wanneer weet hij zich sterk? Beslist niet op z’n eentje, maar wel samen sterk. Zjef Vanuytsel zong het uit: “Je kunt niet zonder de anderen”. Hoe waar is dat! Dit ‘samen’ houdt ons recht. Ik heb jou nodig en jij hebt mij nodig. We zijn voor elkaar als de communicerende vaten, die in elkaar overlopen; die geven en nemen, delen en krijgen, kracht putten en met enthousiasme samen op weg gaan.

Achter elke sterke man staat een sterke vrouw en het omgekeerde is ook waar; achter elke sterke vrouw staat een sterke man. We kunnen niet zonder elkaar. Maar als gelovige houden we het op ons eentje ook niet vol. Achter elke christen staat Christus, en ook omgekeerd. In de Geest blijft Jezus ons niet alleen nabij, het is ook de Geest die ons capabel maakt te getuigen van ons geloof. De Geest van Jezus bezielt en begeestert de Kerk en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.

Kom, heilige Geest. Zalig Pinksterfeest!
(23 mei 2021) (Arnold, pr)

Scroll naar top