Tiberias

Terugblik 2

Wat heb je geleerd?
Van Catechesmus tot Bijbel

Wat heb je geleerd?

Het is de vraag die ik nog heel jong, altijd weer te horen kreeg. Amper thuis van school klonk steeds de vraag, wat heeft de meester geleerd? en nog niet uitverteld werd al gevraagd: welke lessen moet je leren? en tegen wanneer? – Zeg de tafels van vermenigvuldiging op. Draag dat gedichtje nog maar eens voor. Dan de catechismus van de kleine en de grote lezing: welke ‘vragen en antwoorden’ moet je tegen vrijdag kennen? Leer maar… en kom ze dan opzeggen.

De gebeden werden ’s avonds gezamenlijk gebeden en dat was geen klein bier: een ganse paternoster, het avondgebed met het symbolum des geloofs, de akten en de litanie van O.-L.-Vrouw. Tot slot nog een Onze Vader ter ere van de heilige Cornelius tegen de convulsen (convulsion). Het is wellicht dank zij deze aanroeping dat ik nooit stuipen of krampen heb gekregen. Deze heilige was ook de patroonheilige van het hoornvee en zo was hij ook op de boerderij nog van nut.

Van de lagere school naar het college, daar werd leren studeren genoemd. Na zes jaren waren we afgestudeerd en gediplomeerd. Op het seminarie werden nog eens zes jaren lang cursussen gegeven. Volleerd en gewijd werden we het grote leven ingestuurd.

We dachten: gedaan met leren – niks van. Tot op de dag van vandaag was het bijscholen geblazen; nooit te oud om te leren. Tijdschriften en boeken onder ogen nemen, conferenties en studiedagen volgen om met de tijd mee te zijn. Het lezen en leren, bijleren en zelfstudie, het zit er nog altijd in.

Ik durf nu mezelf de vraag stellen – Wat heb ik in die beloken maanden van de lock-down geleerd? Ik geef toe dat ik heel wat heb opgestoken; het was even wennen in mijn kot, op mezelf aangewezen: geen kerk en geen ontmoetingen. Het heeft tijd gevraagd om mijn draai te vinden, maar ik heb geleerd met andere ogen te kijken. Ik heb bijgeleerd en als jij het mij niet kwalijk neemt, wil ik er even bij stilstaan.

Ik geef het grif toe, ik heb de kerk en de eredienst gemist. Vijfenzestig jaren stond ik elke morgen aan het altaar. De liturgie was op drie pijlers gebouwd: gebed, Woord- en Brooddienst. Met die gesloten kerken was er geen echte eucharistieviering met consecratie en bleef ik ook verstoten van die sacramentele Communie. Dat bidden en de Bijbellezingen met het evangelie bleven over.

Verschiet nu niet… maar ik ben een beetje Lutheraan geworden. Vijfhonderd jaar geleden hebben de protestanten zich afgescheurd of beter heeft Rome hen als ketters in de ban geslagen. En, zoals bij elke ruzie heeft ieder een stuk gelijk en zo heeft elk een stuk van de waarheid naar zich toegehaald. De protestanten hebben gezworen bij de bijbel terwijl de Roomsen het Sacrament in de hoogte steken. Wij passen dit letterlijks toe, zowel bij de consecratie als bij de zegening met de monstrans tijdens het lof. De protestanten komen wekelijks samen rond de bijbel met toelichting en een uitgebreide duiding van de dominee (hun preken duren dubbel zo lang als onze zeven à tien minuten… hi, hi,… Zij komen éénmaal in de maand bijeen om het Avondmaal te vieren.

Luther heeft de bijbel vertaald en de volkstaal (het Duits) ingevoerd. Onze Roomse Kerk heeft pas na 1965 de volkstaal ingevoerd en de altaren gedraaid om tot bij de kerkmensen te komen. Voordien was de bijbel een riskant boek, men zou kunnen protestant worden. De voormis met de lezingen was vrij te volgen, men mocht te laat komen, maar met de offerande moest men op zondag (op straffe van doodzonde (?…) in de kerk zijn. Als jonge onderpastoor (spijts een jarenlange studie van exegese en theologie) moest ik op zondag de catechismus preken en mocht alleen de pastoor in de hoogmis het evangelie (dat in het latijn werd gezongen) toelichten. De bijbel mocht alleen door bevoegde (?) personen gelezen worden. Hoe zeer men schrik had van de bijbel toont ons zr. Hadewych, die in 1956 in het klooster van Heist ingetreden is en meteen werd haar de bijbel afgepakt.

Ik zat in mijn kot en had mijn brevier – het getijdengebed – en het missaaltje met de lezingen. Dank zij livestreaming (die ik op mijn TV-scherm kan doorsturen) zat ik er met mijn neus op. en wat heb ik geleerd?

Ik heb mensen/priesters te zien gekregen die er in slaagden Gods Woord op het leven van vandaag te leggen. Heel verrassend wisten zij met tekst en homilie de juiste toon aan te slaan. Het oude boek van Gods Woord kwam in onze tijd tot leven. het sloeg aan en ik mag getuigen dat ik bijgeleerd heb.

Ik durf namen noemen, Vicaris Bart van de Kathedraal van Antwerpen en Mgr. Johan Bonny. In de plaatselijke opnames van Tiberias noem ik heel graag pastoor Philippe die de zondagse Bijbellezingen zeer gevat en treffend weet te duiden. Pastoor Willy legt met het lied (wie zingt, bidt tweemaal, zegde Augustinus) de kers op de taart.

Ik hoop dat die opnames niet stilvallen wanneer de lock-down opgegeven wordt. De kerken lopen verder leeg en de digitalisering biedt nieuwe kansen. Grijp die kansen met beide handen. De Kerk mag (weer) niet achter komen; ze moet mee zijn wanneer de deuren van de kerk weer open mogen. We komen uit ons kot en zijn Kerk zowel binnen als buiten de kerk. De Kerk komt met YouTube en livestream tot bij de mensen thuis om ook daar zin en duiding aan het leven te leren.

Excuseer, indien ik te vrijpostig ben geweest met te zeggen wat ik in deze coronatijd geleerd en bijgeleerd heb. Arnold, pr.

Lees ook volgende berichten over het Woord.

Scroll naar top