Tiberias

Eerste zondag van de Veertigdagentijd jaar B

Ik zet mijn boog in de wolken;
die zal het teken zijn van het verbond

Inhoud

Opname

Tekst van de opname

Goede mensen,

Op deze eerste vastenzondag worden wij verwend met schitterende lezingen. De liturgie is zo rijk dat zij precies weet, van binnenuit, waar wij op vandaag aan toe zijn. Hoe is het gesteld met onze wereld, met de schepping, met ons milieu? Hoe is het gesteld met de mens die van de Schepper de opdracht kreeg om de aarde te bewerken en te bewaren. Er is niets nieuws onder de zon zou je denken! Het verhaal van Noah, we kennen dit verhaal reeds van in onze kindertijd, het verhaal van Noah vertelt zoveel waarheid. We kijken even naar de verzen die aan de passage van de lezing van vandaag voorafgaan. God is niet tevreden met de manier waarop de mensen omgaan met elkaar en de natuur. Zij willen als goden zijn en verstoren het evenwicht. Zijn besluit staat vast. Hij zal de wereld verdelgen met een grote zondvloed. Eén uitzondering, God vindt nog één rechtvaardige, Noah die met zijn ark mens en dier mag redden van de ondergang. Noah kreeg de opdracht om een ark te bouwen en er met zijn gezin in te trekken. Hij moest in quarantaine, 40 dagen en 40 nachten, om zich te beschermen tegen een levensbedreigende stortvloed. Niet alleen de mens werd ontzien, maar ook de dieren kregen een kans om te overleven. Van elke diersoort zette Noah één paar in de ark, een mannetje en een wijfje. Zo zult u hun soort in stand houden op de hele aarde, zei God. Gaia zou hier zeer blij mee zijn – God dacht toen reeds aan ‘dierenwelzijn’ –  op die manier mocht Noah stem geven aan de stemloze dieren en was er voor hen een enorm toekomstperspectief.

God zette zijn hemelsluizen open en het hele aarde werd overspoeld met het kolkende water, tot de bergen bedekt waren. Alles wat levensadem in zijn neus had vond de dood. Toen de tijd van verwoesting verstreken was liet Noah een duif los om de toestand van de aarde in kaart te zetten. Wanneer enkele dagen nadien de duif tegen de avond bij hem terugkwam, met een groen olijfblad in haar bek, begreep Noah dat het water van de aarde weggezakt moest zijn. Als de nieuwe morgen aanbreekt en de chaos is hersteld, verbindt God hemel en aarde met een boog in de wolken. Een herinnering aan Hem en aan ons om niet eigenmachtig alles naar onze hand te zetten. Onze toekomst – en die van heel de mensheid – ligt in dit verbond.

De inhoud van dit verbond is zo belangrijk, ook voor ons vandaag: ‘Ik ga met u een verbond aan dat nooit meer enig levend wezen door het water van de vloed zal worden uitgeroeid en dat er zich nooit meer een vloed zal voordoen om de aarde te verwoesten.’

Vandaag staat de wereld opnieuw in brand, zou je denken! De wereld wordt overspoeld met een zeer besmettelijk virus. Nog nooit is zo duidelijk voelbaar geweest dat de wereld ‘ons dorp’ geworden is, van in China over Europa tot in Amerika. Er worden moderne arken gebouwd om mensen tegen elkaar te beschermen. Iedereen moet in zijn kot of zijn ‘bubbel’ blijven en mag maar één knuffelcontact hebben. Gelukkig zijn er onze wetenschappers die alles op alles zetten om een vaccin te produceren en hebben we politieke verantwoordelijken om krijtlijnen uit te tekenen om ons doen en laten te bepalen. Dit alles met één doel, zo weinig mogelijk slachtoffers te maken. Ze zijn letterlijk van God gezonden! De klimaatopwarming hangt ook als een zwaard van damocles boven onze hoofden. Ook hierin heeft de mens opdracht gekregen van de Schepper om de aarde te bewerken en te bewaren. Met alle creativiteit en wetenschappelijke studie zal de mens erin slagen om ook deze zondvloed te overleven. De lezing eindigt met de zin: ‘De wateren zullen nooit meer zwellen tot een vloed om al wat leeft te verdelgen.’ Vanuit ons gelovig zijn heeft deze zin een diepe betekenis. We mogen niet naïef zijn en alles op zijn beloop laten. Blijven geloven dat we met zijn allen deze milieuramp kunnen afremmen en ombuigen tot een gezond ecologisch systeem dat aanleunt bij een aarde zoals God die bedoeld heeft. Daarom moeten we even de woestijn in, samen met Jezus.

Eigenlijk zitten we reeds midden in de woestijn, al beseffen we het niet helemaal. We worden teruggeworpen op onszelf, de stilte dringt zich op. Dat kan voor sommige mensen helend zijn, terwijl andere mensen er heel veel moeite mee hebben. Het woord ‘geestelijk welzijn’ is nog nooit zoveel uitgesproken geweest als op vandaag. We zitten midden de bekoringen zoals Jezus die ook heeft meegemaakt.

Luc Versteylen, pater Jezuïet die deze week overleden is  verwoord het als volgt: ‘De mens streeft naar de vervulling van drie diepste verlangens nl. iets te hebben (bezit), iemand te hebben (gemeenzaamheid) en iemand te zijn (vrijheid). Deze drie menselijke grondverlangens worden in onze samenleving soms niet goed beantwoord. Consumptie is iets hebben ten koste van wat dan ook (het welzijn van de anderen, de natuur en de aarde). Concurrentie is iemand hebben ten koste van wie dan ook (zelfs een geliefde wordt gezien als een bezit). Prestatie is iemand zijn ten koste van wat en wie dan ook (ik wil de grootste zijn). Wij zijn tegen consumptie, maar niet tegen handel drijven en je waar aanprijzen. Tegen concurrentie, maar niet tegen wedijver, het beter doen dan anderen. Tegen prestatie, maar niet tegen ontplooiing, niet tegen tot hun recht laten komen van al je gaven en talenten. We hebben veertig dagen en veertig nachten nodig om te groeien in deze levenshouding. ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.’ Een goede vastentijd toegewenst met Gods zegen, Hij die is Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.

Priester Willy

Lied van de week

Noah uit Bijbeliederen voor de jeugd van Hanna Lam en Wim Terburg

Kleurplaat

Scroll naar top