Tiberias

Woord bij de 33ste zondag jaar A

Loflied op ‘de sterke vrouw’ en de parabel van ‘de talenten’

Ken jij iemand zonder computer die toch graag verbonden zou blijven, druk dan een van de PDF bestanden af en stop deze in zijn of haar brievenbus.

Pastoor Willy en het gesproken woord

Tekst van de opname

Goede mensen,

Wie had ooit gedacht dat we zo vlug opnieuw gebruik zouden maken van dit communicatiekanaal om woorden te overwegen die de Bijbel ons week na week aanreikt.
Na de eerste ’Lock-down’ rees de hoop en de verwachting op beterschap, beterschap voor de individuele mens en voor de maatschappij.
Ondertussen, drie maanden verder, zijn we volop ondergedompeld in een tweede ‘Lock-down’ die stilaan opnieuw zijn vruchten afwerpt.
Priester Philippe en ikzelf zullen wekelijks woorden aanreiken
die aansluiting vinden bij zowel de lezingen uit de zondagsviering als bij het leven van elke dag.
Deze novemberdagen ademen een sfeer uit die ons doet nadenken over de eindigheid van het leven. De natuur nodigt ons daartoe uit.
Elk herfstblad dat neerdwarrelt spreekt ons van de vergankelijkheid van het leven.
Maar in elke dauwdruppel aan de naakte tak tovert de najaarszon een sprankelend licht dat ons doet dromen over een mooie toekomst.

Ook de wekelijkse lezingen in de liturgie nodigen ons uit na te denken over het leven. Vorige week mochten we kennis maken met twee belangrijke levenskenmerken, nl. de wijsheid en de waakzaamheid. Nu zondag weerklinken twee heel bekende teksten uit het oude en nieuwe testament: De lofrede op de ‘sterke vrouw’ en de parabel van de ‘talenten’. Het ‘loflied op de sterke vrouw’ vormt het sluitstuk van het Bijbelboek Spreuken. 
In de zondagsviering worden slechts enkele verzen gelezen uit het begin, het midden en het einde van het loflied. Maar het loont de moeite het helemaal te lezen: Spreuken 31,10-31. Eeuwenlang heeft men die tekst beschouwd als een loflied op de ‘degelijke huisvrouw’. Een vrouw die dag en nacht voor haar gezin in de weer is en die ervoor zorgt dat haar man een schitterende carrière kan maken ‘in de poorten van de stad’. Dat de tekst eigenlijk een heel ander soort vrouw presenteert, daar las men overheen. De keuze van de verzen in het lectionarium wekt de indruk, dat men het oude beeld heeft willen handhaven.
De verzen waarin ‘de sterke vrouw’ als een zelfstandige zakenvrouw optreedt en beslissingen neemt en waarin zij wijsheid verkondigt en onderricht geeft zijn weggelaten.

Verzen 14-18

 

Zij is als het schip van een koopman
en haalt haar voedsel van ver.
Zij staat op terwijl het nog nacht is?
deelt proviand uit aan haar familie
en geeft haar dienstmaagden het deel dat hun toekomt.
Zij bekijkt een akker en koopt die;
met de vrucht uit haar handen plant zij een wijngaard.
Zij omgordt har lendenen met kracht
en maakt haar armen sterk.
Zij merkt dat haar ondernemingen slagen:
’s nachts gaat haar lamp niet uit.

 

Wie heel de tekst van het begin tot het einde onbevangen leest,
merkt dat de vrouw in het middelpunt van de belangstelling staat.
Zij is de enige om wie het gaat, de enige die optreedt, handelt en doet. Zij is een vrouw met macht, verstand en invloed. Haar activiteiten binnenshuis en daarbuiten zijn de spil van alles. Zij is niet de vrouw van een aanzienlijk man, zoals men vaak dacht, maar haar man is de echtgenoot van een aanzienlijke vrouw.

Dat Kamala Harris van top tot teen helemaal in het wit verscheen voor haar toespraak als eerste vrouwelijke vicepresident van de  Verenigde Staten is geen toeval. Daarbovenop is zij van Afrikaans-Aziatische origine. Zij schrijft dus twee keer geschiedenis. Daarmee wil zij een accent geven aan het werk van zoveel vrouwen vóór haar. Zij zegt letterlijk in haar overwinningsspeech: ‘Ik sta op de schouders van alle vrouwen die hiervoor gevochten hebben. Wij hebben de macht om te werken aan een betere toekomst,
generaties van vrouwen, Zwarte, Aziatische, Blanke, Latina en Amerikaanse vrouwen. Wij en allen die zo hard gevochten hebben voor vrijheid en rechtvaardigheid voor iedereen.” Zij betrekt ook haar man, haar kinderen en haar moeder in deze dankwoorden. Zoals de ‘sterke vrouw’ op de laatste bladzijde van het boek Spreuken een symbolische betekenis heeft, zo staat Kamala Harris hier ook als teken, als symbool voor een voortschrijdende gelijkwaardigheid van man en vrouw. 

De ‘wijsheid’ die ons vorige week sterk werd aangeprezen
krijgt hier concreet gestalte in een vrouw, de sterke vrouw, die volgens de joodse traditie gezien wordt als de verpersoonlijking van de Tora: Gods Woord dat de weg wijst naar het ware leven.

Ik zie de parabel van de talenten als een perfecte aanvulling van de eerste tekst. Alhoewel de talenten hier bedoeld worden als het bezit van de Heer die Hij toevertrouwt aan ieder volgens zijn bekwaamheid, hebben wij deze tekst traditioneel altijd in verband gebracht met de bekwaamheden, de verstandelijke aanleg of de natuurlijke gaven die een mens bij zijn geboorte meekrijgt. Dit is trouwens de gewone betekenis geworden van het woord ‘talent’ in onze taal. God vertrouwt zijn schepping, zijn Woord, zijn Koninkrijk aan de mensen toe. Hoe gaan de mensen daarmee om? God heeft zichzelf uitgedeeld. Zijn energie, zijn vindingrijkheid, zijn scheppingskracht, ja zelfs zijn liefde ligt in onze handen, in onze geest, in ons hart. Wij zijn de werktuigen waarmee Hij zijn wereld naar de voltooiing brengt.

Zo een godsbeeld roept ook een ander mensbeeld op. Een kapitaal aan goddelijke goedheid ligt te sluimeren in ons hart, een kapitaal aan goddelijke scheppingskracht, vindingrijkheid en geluk ligt in elke mens te wachten om te renderen, om verdubbeld en vermenigvuldigd te worden. In elke mens, in elke man of vrouw, maar telkens zo anders gekleurd, zo anders geteld. De hoeveelheid speelt geen rol. Alleen de bereidheid, de durf om er mee te woekeren. Het ergste wat ons kan overkomen is ‘neen’ zeggen tegen het leven en dat vergoelijken met te zeggen: Als God het wil komt het wel in orde. 
Het gaat hier over vertrouwen. Slechts als je vertrouwen hebt, breng je iets terecht van de verantwoordelijkheid voor het jou toevertrouwde.
Het is als met de liefde. Liefde is een zaak van geven en ontvangen. Als je de liefde niet cultiveert, dan sterft ze vanzelf uit. Wie liefdeloos leeft, zal het beetje liefde dat hij misschien nog heeft, ook kwijtraken. Maar als je de liefde ter harte neemt, dan groeit ze aan en krijg je steeds meer. Liefde betekent: loslaten wat je bezit. Dat risico nam de derde knecht niet; hij wilde veilig vasthouden wat hij had, maar tevergeefs.

Scroll naar top