Tiberias

Derde zondag van de Veertigdagentijd jaar B

Levende stenen van de tempel

Eerste vastenbezinning met pastoor Willy en Adriaan Debbaut

Tekst van bovenstaande Vastenbezinning met boodschap

Even mijmeren in de vastentijd…
…een woord bij de derde zondag

Exodus 20,1-17 en Johannes 2,13-25

Adriaan Debbaut – piano en zang
Ann Staelens – opname en montage
Willy Snauwaert – draaiboek en voorganger

* Muzikaal intermezzo – piano

* Een woord bij de derde zondag in de veertigdagentijd door pr. Willy

Goede mensen,

Jezus laat zich hier, op zijn zachtst gezegd, niet van zijn  mooiste kant zien, zou je denken. We verwachten er ons helemaal niet aan, juist omdat Hij voor ons, de verpersoonlijking is van een vredelievende, mensnabije, liefhebbende God. Iemand die voor ons door een vuur zou gaan als het moet! En meteen gaan onze gedachten naar de eerste lezing van deze derde vastenzondag, een passage uit het boek exodus hoofdstuk 20. De tekstschrijver laat God hier zelf aan het woord. God zegt: ‘Ik ben de heer uw God die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis.’ Hij benadrukt hoe hij die mensnabije God wil zijn, een God die de mens bevrijdt uit de verdrukking, uit de verslaving, uit de leegte om hem te brengen naar een land dat overvloeit van melk en honing. Deze gedachte van bevrijding loopt als een rode draad doorheen de bijbel. Het is een boodschap die wij ook vandaag broodnodig hebben. Een woord van bekering, van ommekeer is hier dan zeker op zijn plaats. Voor zij die Mij haten ben ik een jaloerse God, die zich wreekt tot in het derde en vierde geslacht. Voor zij die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden ben ik een God die goedheid bewijst, onvoorwaardelijk en altijd. Hier ontstaan er een soort regels die de gemeenschap moeten loodsen naar een mooie toekomst. Het zijn als het ware een soort ‘Europees hof voor de rechten van de mens’, een ‘een Europese regelgeving’ die een gemeenschap tot zijn recht laten komen door diepgaande afspraken te maken. Die reeks geboden, er waren er tien, zijn er wellicht ook gekomen na enkele stevige debatten binnen de gemeenschap van het volk Israël. Maar het is mooi hoe het in de Bijbel beschreven wordt: Mozes, de leider van het volk, gaat de berg op om er alleen te zijn, om deze wetten als het ware voor te leggen aan zijn God. Het is bijna een soort liturgie dat daar gevierd wordt: ‘Mozes daalde af van de berg Gods. Voorzichtig droeg hij de twee stenen tafelen, waarin de woorden van de Eeuwige stonden gegraveerd. Tien woorden om door onherbergzaam en onbekend gebied de weg te wijzen naar het land van belofte. De Thora. Een richtsnoer dat in enkele lijnen het leven en het leven met God zichtbaar maakt, zoals God zich dat had voorgesteld. Tien leefregels brachten Mozes en zijn volk bijeen, verworvenheden uit een andere en uit eigen cultuur zorgvuldig in kaart gebracht. Een schepping uit Israëls woestijntijd was het, zo wil het de traditie. Gij zult, gij zult niet – zowel opdracht als belofte. Eens zal je, geloof me maar, komen in een land waar de leugen niet meer heerst, de dood niet meer regeert, waar ouders en kinderen, vrije mensen en slaven, mensen en dieren in vrede samenwonen – eens zal je dat beleven. En je zal er onderweg al naar handelen. Dat moet. Woorden van leven. En dan komen we terecht in het evangelie van Johannes, we komen terecht in een tempel waar Jezus de verkopers aantrof van allerlei slag. Ze verkochten er runderen, schapen en duiven. Er waren ook geldwisselaars die daar zaten. Jezus treft er een heel corrupt systeem aan. Hij was zo boos dat hij van touwen een gesel maakte en ze allemaal wegjoeg. ‘Maak van het huis van mijn Vader geen markthal.’ Jezus wordt woedend en klaagt aan wat daar gebeurt. Als Jezus het tempelplein zuiverde, was het hem niet om de tempel te doen, maar om de mens. Hij wist wat er in de mens is. En dat is heel wat. Men zou de mens kunnen vergelijken met een gebouw met verschillende verdiepingen. Er is het geestelijke in de mens, de bovenste verdieping waar de gedachten rijpen, er is het gevoelsmatige in de mens, de verdieping van de levenswarmte en de tederheid. Er is het gelijkvloers van de dagelijkse bezigheden en zorgen. Maar er is ook een kelder waar geen buitenstaander binnenkijkt. De plek waar de ongetemde krachten huizen, krachten ten goede en ten kwade: de schone en het beest. Als Jezus ijvert om de tempel zijn oorspronkelijke betekenis terug te geven, als plaats om God te ontmoeten, dan is dat om elke mens de kans te geven de tempel van zijn lichaam te kunnen bewonen in harmonie met de geest en het hart. God liefhebben is een innerlijk gebeuren, maar zoals elke liefde moet dat een uitweg vinden in een beleving. En die beleving is niet op de eerst plaats zijn portemonnee opendoen, maar wel de tien geboden onderhouden. Met die tien woorden  bouwt God zijn tempel. Wij zijn de levende stenen. De ene steen schraagt de andere in de opbouw van menselijk geluk. Zo een steentje mogen zijn in die herrezen tempel is onze fierheid en onze vreugde.

* Muzikaal intermezzo – piano

* Voorbede met gezongen acclamatie

-Bidden we om een nieuwe wereld,
een wereld naar Gods hart
waarin de Tien Geboden de richting wijzen van de weg naar gerechtigheid, waarin men zorg heeft voor alle leven,
voor dat van nu en voor het leven dat komen gaat.
Laten wij bidden…

Draag mij God in barmhartigheid
til mij op uit al mijn kleinheid
koester mij in barmhartigheid
Vader, moeder God met ons.

-Bidden we om een nieuwe wereld,
een wereld naar Gods hart,
waarin de schijngoden van deze tijd ontmaskerd worden,
waarin niemand slaaf is van zijn werk of van wat dan ook,
waar het leven met God en met elkaar van harte wordt gevierd.
Laten wij bidden…

Draag mij God in barmhartigheid
til mij op uit al mijn kleinheid
koester mij in barmhartigheid
Vader, moeder God met ons.

-Bidden we om een nieuwe wereld,
een wereld naar Gods hart,
waarin vrede heerst in plaats van oorlog,
waarin recht het onrecht overwint,
waarin elke mens telt,
maar de kleinsten en de zwaksten het eerst worden gezien.
Laten wij bidden…

Draag mij God in barmhartigheid
til mij op uit al mijn kleinheid
koester mij in barmhartigheid
Vader, moeder God met ons.

God,
Gij alleen weet,
hoe wij uitzien naar een wereld
als een thuis voor alle mensen,
waar plaats is voor velen
en ruimte voor verscheidenheid.
Zegen ons met kracht. Amen.

* Slotgebed
Getrouwe God,
laat uw woorden
Ons hoop geven
Op een goede aarde
Waar mensen elkaar recht doen,
waar volkeren zoeken
naar ruimte voor elkaar
En de macht van het kwaad
Wordt gebroken door goedheid,
Omwille van Jezus, uw Zoon,
die het ons heeft voorgedaan,
in deze veertig dagen en heel ons leven.
Amen.

* Een lied om te eindigen – Gij die voor alle mensen

Zegen:
Moge God u allen zegenen met zijn liefde en zijn vrede,
hij die is Vader, Zoon en Heilige Geest.

Kleurplaat

Woorden voor God

God zij dank
Ik heb het bekomen wat ik heb gevraagd.
Dank voor de kracht en de steun die je me geeft.
ik Zat in de put en je hebt er me uitgehaald.

*****

Vraag

Heer, geef dat wij terug naar de H. Mis mogen komen.
Wij zijn als schapen zonder herder. Geef dat we weer met heilige ijver de H. mis opdragen, ook al is dat maar met 15.
We willen weer naar de kerk, als het moet met reservaties, maar laat ons toch weer nu en dan naar de H. mis in de kerk AUB!

Woorden voor elkaar gedeeld met elkaar

Heb vertrouwen en hoop
Wees dankbaar en blij
Zo gaat de tijd vlugger voorbij

Scroll naar top