Tiberias

Orgelspel

Enkele opnames van Koen Pauly op het orgel in de Heilig Hartkerk

Organist Koen Pauly heeft enkele opnames gemaakt om de advent muzikaal op te luisteren. Deze blogpagina werd aangevuld met een Kerst- en nieuwjaarsnummer.

Koen stuurde ons ook enkele opnames met Kerstliederen die hij samen met zijn kinderen heeft opgenomen.

Eerste muzikale opname bij de advent

DUIDING DOOR KOEN BIJ DEZE EERSTE OPNAME

‘ Met op de achtergrond het geluid van het opbouwen van de kerststal in de Heilig Hartkerk, speel ik het koraal “Nun Komm der Heiden Heiland”.  Bach omspeelt op een heel bijzondere en rijke manier de melodie van het lied dat bij ons bekend staat als “Kom tot ons, de wereld wacht”, ZJ 104.  Dit lied is eigenlijk onlosmakelijk verbonden met de eerste zondag van Advent. Bach kende het koraal van Luther, die het dan weer bewerkte van de gregoriaanse adventshymne van Aurelius Ambrosius (340-397), bisschop van Milaan. De Latijnse tekst begint met Veni redemptor gentium.  Dit lied kent dus een lange geschiedenis, maar Bach brengt het op een meesterlijk hoogtepunt in wat bijna als Italiaanse concertstijl gaat klinken: een doorlopende bas, twee dialogerende middenstemmen, en een rijkelijk “coloratura” in de bovenste stem.  Hoewel het koraal zeker tot bezinning uitnodigt, en die zin vaak trager en stiller geïnterpreteerd wordt, koos ik voor deze uitvoering een iets spitantere registratie (met de zeer vol klinkende cornet van het hoofdwerk als solostem) en dito tempo, die de barokke levendigheid wat in de verf zetten: het Woord dat Levend zal worden.  In dit tempo is de aanhef van het lied duidelijk mee te volgen in het begin van het koraal.  Op het einde van de derde vers wordt het wat dramatischer: de lopende bas stokt in het ritme, en de middenstemmen spelen “seufzer” (“zuchtende”) figuren.  De wereld houdt zijn adem in, in afwachting van de komst van het Kind.  Een muzikale truc die Bach wel vaker toepast bij adventsmuziek.’

Tweede muzikale opname bij de advent

DUIDING DOOR KOEN BIJ DEZE TWEEDE OPNAME

‘Wachet auf ruft uns die Stimme, BWV 645, is geen letterlijk adventskoraal, toch wordt het tijdens de advent veel gehoord vanwege de thematiek.  Oorspronkelijk werd het geschreven voor cantate BWV 140 voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar, maar het belandde uiteindelijk als bewerking voor orgel solo in de Schübler verzameling.  Het bewijst Bachs genie door de catchy melodie die ook zonder basso continuo stevig draagt.  De melodie komt naar vork in de tenorstem in de linkerhand, terwijl het pedaal ondersteunt met een braspartij en de rechterhand virtuoos omspeelt met een tegenthema.  De opwekkende sprongen aan het begin van de melodie, in de gronddrieklank van de toonaard, verklanken het verlangend uitzien en het waken naar de komst van de bruidegom, een allegorie voor de Christus.  Het letterlijk opstaan en verheffen van ons hart.  In die zin past het perfect binnen de advent: we moeten klaarstaan om Hem te ontvangen! 

Derde muzikale opname bij de advent

DUIDING DOOR KOEN BIJ DEZE DERDE OPNAME

De laatste adventszondag staat ook bekend als de zondag “rorate coeli”, naar het gregoriaanse introïtusgezang voor die dag.  Het lied bestaat ook in strofe-refreinvorm en is in die vorm opgenomen in Zingt Jubilate, zowel in de Latijnse versie (68) als in een Nederlandse herwerking (een letterlijke vertaling) op dezelfde melodie (124).  De oorspronkelijke tekst luidt: 

Dauwt, hemelen, van boven
gij wolken, beregene de rechtvaardige:
Opdat de aarde zich zal openen
en de Heiland er uit zal ontspruiten.

Chris Dubois, die in deze adventstijd zijn 86e verjaardag vierde, componeerde dit meditatieve orgelkoraal op deze melodie.  We horen de linkerhand en pedaal aan het begin in imitatie de melodie brengen, waarna de rechterhand met een solo registratie de melodie begint te omspelen.  Zin na zin komt aan bod en na een warme modulatie neemt de linkerhand de melodie over in de tenorstem.  In die zin weerspiegelt het werk in zijn structuur het klaarmaken van de hemelen af  (melodie in de bovenste) van de aarde (melodie komt in een onderstem).  Uiteindelijk komen op een lang uitgestrekte laatste noot van de melodie ook de andere stemmen tot rust, en wat volgt is een uiterst contemplatieve laatste deel waarin de melodie in heel lange noten nog te herkennen valt, en waarin een van alle sier ontdane harmonische progressie de aarde opent  om de Heiland eruit te laten ontspruiten.  

Chris Dubois, van afkomst een rasechte West-Vlaming, heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op het hele Vlaamse muzieklandschap, zowel als docent aan het Lemmensinstituut, in wiens traditie veel van de huidige generatie muziekanten nog hun roots vonden, en als componist van een omvangrijk oeuvre voor voornamelijk koor, orgel, en beiaard.  

Kerstkoraal ‘Es ist ein Ros entsprungen’

DUIDING DOOR KOEN BIJ DEZE KERSTKORAAL

In februari 2021 is het 450 jaar geleden dat Michael Praetorius geboren werd, en tegelijk 400 jaar geleden dat hij stierf.  Daar moest ik dus iets mee doen!  In 1609 componeerde hij het alom bekende kerstkoraal “Es ist ein Ros entsprungen”, op een wellicht nog oudere melodie.  Er bestaat een protestantse en een katholieke tekstzetting van dit lied.  Ook in Zingt Jubilate komt het lied voor, met de tekst: “Vanwaar zijt Gij gekomen, 214). Bij gebrek aan de mogelijkheid om de oorspronkelijke zetting van Praetorius met koor uit te voeren in deze corona-tijden, zong ik de 4 partijen afzonderlijk in (elke partij 2 maal), en mixte ze bijeen tot 1 video.  De twee bovenstemmen zing ik dus in het hoge stemregister als contratenor.  De prachtige akoestiek van de Heilig Hartkerk doet de rest 🙂

Nieuwjaarskoraal ‘Das alte Jahr vergangen ist

DUIDING DOOR KOEN BIJ DEZE NIEUWJAARSKORAAL

Om de brug te maken naar het nieuwe jaar, speelde ik “Das alte Jahr vergangen ist”, BWV 614, uit het Orgelbüchlein van J. S. Bach, zijn bekende orgelzetting van dit nieuwjaarskoraal.  Je zou denken dat dat vrolijk mag klinken, maar Bach heeft daar een meer eigenzinnige kijk op: de alomtegenwoordige chromatiek (opeenvolgende halve toontrappen) biedt een meer triestige terugblik op het jaar, iets waar we op het einde van 2020 zeker mee vertrouwd zijn.  Bovendien barst het met dit chromatisch motief (dat uit 6 noten bestaat) van de getalsymboliek rond het nummer 12 (de 12 voorbije maanden van het jaar).  In het pedaal worden de motieven dan weer vaak plots afgebroken: het jaar is gedaan.  Het hele werk bestaat trouwens ook uit precies 12 maten.  En het chromatisch motief is over alle stemmen  heen in totaal 12x te horen.  De slotzin van de versierde bovenstem telt ook 6 “seufzers” (“zuchtende” figuren van telkens 2 noten) en de laatste maat telt in de drie onderstemmen precies 12 noten.  Uitgeschreven telt het werk exact…. 365 noten.  Het koraal vormt samen met het koraal dat in het “Orgelbüchlein” erop volgt – het zeer uitbundige In Dir ist Freude – overduidelijk de twee gezichten van de god Janus – de oude die terugkijkt  en de nieuwe die vooruitkijkt – naar wie uiteraard de maand januari vernoemd is.

Scroll naar top